Pleziervaart in Vlaanderen kreeg er met de Flanders Boating-app een handige tool bij. De applicatie vereenvoudigt het delen van locaties, digitaliseert aanvragen van bediening bij sluizen en bruggen en verhoogt de veiligheid op Vlaamse waterwegen. Een wereldprimeur.
In het Vlaamse binnenland varen zo’n 6.500 pleziervaartuigen op 1.076 km aan bevaarbare waterwegen. Een pleziervaartuig is alleen bedoeld voor sport- en vrijetijdsdoeleinden zonder commercieel karakter. Het kan aanmeren bij heel wat aanmeerplaatsen, aan toeristische attractiepolen of in een van de 78 Vlaamse jachthavens.
De Vlaamse Waterweg nv beheert de bevaarbare waterwegen en faciliteert de beroeps- en de pleziervaart, onder meer door het bedienen van 131 sluizen. Afhankelijk van de snelheid en afmetingen van het pleziervaartuig, heb je een waterwegenvergunning nodig en moet je beschikken over een marifoon en Automatic Identification System (AIS). Pleziervaartuigen zonder AIS kunnen voortaan hun locatie delen via de nieuwe app Flanders Boating.
De Vlaamse smartphone applicatie vormt een wereldprimeur en lokte al interesse uit het buitenland. “De app is het resultaat van een samenwerking tussen meerdere partners”, zegt Marie-Anne Godderis, beleidsmedewerker van De Vlaamse Waterweg nv. “Pleziervaartuigen kunnen er hun locatie mee delen en bediening aanvragen voor bruggen en sluizen. We hebben de app getest in samenwerking met de pleziervaart. Ze vormt ook een dienstverlening voor alle vaartuigen die niet onder de AIS-verplichting vallen. De app is gratis voor iedereen met een account op VisuRIS, ons digitale platform met realtime data.”
Vanaf 1 juli is de app verplicht te gebruiken op de waterwegen van De Vlaamse Waterweg nv voor pleziervaartuigen die niet over AIS en marifoon beschikken. Hiermee wil De Vlaamse Waterweg nv de veiligheid, voorspelbaarheid en doorstroming van het vaarverkeer verbeteren. “Sinds de lancering en nog voor de start van het pleziervaartseizoen in mei echt begon, maakten er al een honderdtal schepen gebruik van. We bekijken op basis van gebruikersdata wat we nog kunnen verbeteren en toevoegen”, besluit Marie-Anne Godderis.