Het Masterplan Fiets van Vlaams Minister van Mobiliteit, Openbare Werken, Havens en Sport, Annick De Ridder, wijst de weg naar een ambitieus, maar helder doel. “Tegen 2040 moet 30 procent van de verplaatsingen per fiets gebeuren”, stelt de minister.

“Het is een strategische visietekst voor het Vlaamse fietsbeleid. We leggen daarmee de basis om Vlaanderen op de kaart te zetten als dé Europese fietsregio. Momenteel doet alleen Nederland beter. De fiets zetten we ook centraal om een modal shift te realiseren. Dit plan geeft richting én middelen aan ons fietsbeleid, met één duidelijke ambitie: tegen 2040 willen we graag 30% van alle verplaatsingen per fiets maken.”
“Door vooral fors te investeren in meer en betere fietsinfrastructuur. Veilige, comfortabele fietspaden stimuleren weggebruikers om meer de fiets te nemen. Bovendien is er nog een onderbenut potentieel, want bijna de helft van alle verplaatsingen in Vlaanderen is vijf kilometer of minder. Daar zijn nog veel quick wins mogelijk.”
“Momenteel zitten we in Vlaanderen aan een modal share van 18,5% voor de fiets, wat het beste resultaat ooit is. Als we alleen de klassieke werkweek van maandag tot en met vrijdag nemen, haalt de fiets zelfs al 20%. En voor het woon-werkverkeer gebruikt 22,1% de fiets.”
“Een aantal zaken: ten eerste kijken we verder dan één legislatuur. We tekenden een langetermijnvisie uit tot 2040. Daarnaast is het een echt transversaal plan: alle beleidsdomeinen van de Vlaamse overheid trekken mee aan de kar. Tot slot maken we van de fiets een speerpunt in het mobiliteitsbeleid.”
“Een heel belangrijke. Eigenlijk is de fiets de perfecte schakel in het voor- en natraject van bijna elke verplaatsing. Daar kunnen we nog een kloof dichten in vergelijking met onze noorderburen. Vandaag komt in Vlaanderen één treinreiziger op vier met de fiets naar het station. In Nederland ligt dat cijfer bijna dubbel zo hoog. Samen met de NMBS moeten we die hefboom maximaal benutten door te investeren in meer, betere en diefstalveilige fietsenstallingen aan stations, aangevuld met deelfietsen en goed ontsloten Hoppinpunten.”
“We investeren vandaag al zo’n 300 miljoen euro per jaar in fietsinfrastructuur, een historisch hoog bedrag. Daar komt deze legislatuur nog eens 100 miljoen euro extra bovenop. Het Fietsfonds stijgt vanaf 2026 van 15 naar 25 miljoen euro per jaar. Naast nieuwe aanleg wordt het structureel onderhoud fors opgeschaald: van 924 miljoen euro per jaar naar 1,4 miljard euro per jaar tegen 2029 voor het totale weg- water- en fietsinfrastructuurbeheer.”
"We doen dit samen met steden en gemeenten, die staan het dichtst bij de mensen. Ze beheren zo’n 60% van het Bovenlokaal Functioneel Fietsroutenetwerk (BFF). Vlaanderen ondersteunt op verschillende manieren. Via het Fietsfonds helpen we lokale besturen om ontbrekende schakels in het BFF sneller weg te werken. We ondersteunen ze ook binnen vervoer op maat en onderhoud, en delen kennis via Fietsberaad Vlaanderen."
“We versnellen projecten via ons geïntegreerd investeringsprogramma waarbij we extra middelen inzetten, nieuwe stallingen realiseren en een gerichte campagne om vooral de korte verplaatsingen met de fiets te stimuleren.”
“Vlaanderen is duidelijk op de goede weg met fietsen. 44% van de Vlamingen geeft de fietsinfrastructuur een score van minstens 7 op 10, en voor het eerst pendelt de helft van de Vlamingen geregeld met de fiets naar het werk. Met het Masterplan Fiets bouwen we daarop verder en verhogen we onze ambities, mét middelen en daadkracht.”