Bijna de helft van de Antwerpenaren zegt hinder te ondervinden van verkeerslawaai. Niet zo verwonderlijk dat omgevingsgeluid een belangrijk leefbaarheidsthema is. Met het Geluidsactieplan 2025-2029 combineert Antwerpen maatregelen voor stiller verkeer met gerichte ingrepen op de zwaarst belaste locaties.
Wegverkeer is veruit de belangrijkste bron van omgevingslawaai in Antwerpen. Zo heeft 8% van de inwoners met te hoge geluidsniveaus rondom hun eigen woning te maken. Op dat vlak valt dan ook veel winst te behalen.
“De aanpak van wegverkeerslawaai is voor ons prioritair”, zegt Raf Verbruggen, projectleider luchtkwaliteit & omgevingsgeluid van stad Antwerpen. “Daarvoor is een combinatie nodig van maatregelen die effect hebben over de hele stad en een gerichte aanpak van belangrijke geluidsbronnen, zoals de Antwerpse Ring.”

Een belangrijke maatregel is de modal shift: meer verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer zorgen voor minder gemotoriseerd verkeer. En dus voor minder lawaai. De vervoerregio Antwerpen wil tegen 2030 naar een 50/50-verdeling: maximaal de helft van de verplaatsingen met de auto en minstens de helft met andere vervoerswijzen. “Het voordeel van de modal shift is dat die een positief effect heeft op de geluidskwaliteit in de hele stad”, zegt Verbruggen.
Ook wegdek en snelheid spelen een rol. Bij heraanleg kiest Antwerpen het liefst voor asfalt. Dat is namelijk veel stiller dan kasseien, klinkers of beton. En uiteraard is goed onderhoud van groot belang. Oneffenheden of gaten in het wegdek zorgen voor veel extra geluid.
Snelheid dan. Hoe langzamer een voertuig rijdt, hoe minder lawaai het maakt. In de Antwerpse woonwijken geldt daarom zone 30. Daar komt nog bij dat er steeds meer elektrische voertuigen komen, die bij lagere snelheden minder geluid maken dan voertuigen met een verbrandingsmotor. Dat voordeel neemt af bij hogere snelheden, omdat dan vooral het rolgeluid van banden op het wegdek hoorbaar is.
Om prioriteiten en de juiste maatregelen te bepalen gebruikt Antwerpen geluidskaarten. Die tonen op welke plekken inwoners het meest worden blootgesteld aan omgevingslawaai. “Locaties waar de geluidsniveaus ook ’s nachts hoog blijven, zijn voor ons prioritair”, zegt Els Van Duyse, die net als Raf projectleider luchtkwaliteit & omgevingsgeluid van stad Antwerpen is.
De grootste geluidswinst verwacht de stad op plekken waar veel inwoners dicht bij een grote geluidsbron wonen. Rond de Antwerpse Ring bijvoorbeeld. Daar worden verschillende maatregelen gecombineerd, om zo maximaal effect te bereiken. Van aanpassingen aan het wegdek tot geluidsschermen en op langere termijn overkappingen.
Andere ingrepen zijn vooral lokaal voelbaar. “Het vervangen van kasseien door asfalt kan een grote impact hebben voor bewoners van één straat”, legt Verbruggen uit. “Maar op het geluidsniveau van de hele stad is het effect veel kleiner.”
Antwerpen probeert doorgaand verkeer zoveel mogelijk op hoofdassen te concentreren. Daardoor worden woonwijken rustiger, terwijl de minimale toename van verkeer op de drukke wegen nauwelijks hoorbaar is.
“Het verband tussen verkeersintensiteit en geluidsniveau is niet rechtlijnig”, legt Van Duyse uit. “In een drukke straat moet het verkeer al sterk toenemen voor er een hoorbaar verschil is. In een rustige straat kan een kleinere afname van het verkeer wel snel merkbaar zijn.”
Langs de drukke wegen zet de stad in op afstand en afscherming. Op sommige plekken plaatst Antwerpen geluidsschermen, maar ook gebouwen kunnen zo worden ingepland dat ze achterliggende woningen of gebieden beschermen tegen lawaai.
In een stad is het onmogelijk om aan verkeersgeluid te ontsnappen. Daarom zet Antwerpen ook in op het creëren van rustige plekken. De ambitie? Elke woning ligt op maximaal 400 meter afstand van een kwalitatieve luwteplek.
“Een stad zal nooit echt stil zijn”, zegt Verbruggen. “Maar met een voldoende dicht netwerk van luwe plekken zorgen we ervoor dat bewoners en bezoekers plekken vinden waar ze even aan de stedelijke drukte kunnen ontsnappen.”
Daarvoor kijkt Antwerpen niet alleen naar parken en trage wegen. Ook speelplaatsen, tuinen van zorginstellingen en andere semipublieke ruimtes kunnen een rol spelen.
De Antwerpse aanpak hoeft volgens Verbruggen niet één op één gekopieerd te worden om succesvol beleid te voeren. Het begint bij het meenemen van geluid in bestaand mobiliteits-, verkeersveiligheids- of ruimtebeleid. “Door slimme koppelingen te maken, kunnen ook lokale besturen zonder uitgebreid geluidsactieplan werken aan een beter geluidsklimaat.”