Gericht ingrijpen bij verkeerslawaai

Uit mobiliteitsbrief 272 - Geluid

Verkeerslawaai is niet overal even hinderlijk en ook niet voor iedereen hetzelfde. Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) probeert zo gericht mogelijk in te grijpen waar de hinder het grootst is. Barbara Vanhooreweder, adviseur-ingenieur geluid bij het AWV, legt uit hoe verkeersgeluid wordt gemeten en welke maatregelen het meeste effect hebben.

Aanleg van asfalt met een stille toplaag, E313 Lummen-Hasselt

Wanneer spreken we van een probleem met verkeerslawaai?

“Dat is best lastig. In Vlaanderen hebben we geen wettelijke normen voor verkeerslawaai. Je kunt dus niet ergens gaan meten en zeggen: hier is het te luid. Daarom werken we met een prioriteiten- en knelpuntenlijst. We kijken naar het geluidsniveau, het aantal woningen en de verhouding tussen kosten, baten en efficiëntie. Lawaai is ook voor iedereen anders. De een heeft al last bij 55 dB(A), de ander vindt 75 dB(A) oké, terwijl je dan echt wel hard tegen elkaar moet roepen.”

Hoe brengen jullie verkeersgeluid in kaart?

“We meten heel veel. Bijvoorbeeld ter hoogte van een gevel van woningen, maar ook het rolgeluid van de wegverharding. Op alle ring- en autosnelwegen gebeurt dat jaarlijks. Met al die data worden om de vijf jaar geluidskaarten opgesteld voor de belangrijkste wegen in Vlaanderen. Die gebruiken we dan weer voor het bepalen van ons beleid. Voor concrete maatregelen voeren we altijd bijkomende, specifieke metingen uit.”

Welke maatregelen maken het grootste verschil?

“Mensen denken al snel aan geluidsschermen, maar die zijn vooral interessant voor woningen dicht bij een snelweg. Maatregelen aan de bron zijn het meest effectief, bijvoorbeeld een stillere wegverharding. Ook snelheidsverlaging kan helpen, maar dan moet je de snelheid drastisch verlagen. Het kan een onpopulaire maatregel zijn die weinig winst oplevert. Afhankelijk van hoe je ernaar kijkt. Want gaat het om ‘tóch’ of ‘slechts’ een extra decibel?”

Wat kunnen steden en gemeenten zelf doen?

“Kasseien of luidruchtige betonstraatstenen vervangen door asfalt kan al verschil maken. Ook vrachtverkeer omleiden uit (dorps)kernen is een mogelijkheid. Je kan ook werken aan ‘hinderbeleving’. Groen kan daarop een positief effect hebben. Het is nu eenmaal anders of je rechtstreeks op een weg uitkijkt of op een groene strook met het wegverkeer daarachter.”